Kruisbek


Bij de kruisbek (Loxia curvirostris) hebben het mannetje en het vrouwtje een verschillende kleur, maar lijken verder wel op elkaar. Het mannetje heeft een steenrode kleur, terwijl het verenkleed van het vrouwtje grijsgroen is. Het meest kenmerkende aan het uiterlijk van de kruisbek is echter de gekruiste snavel, waarmee de vogel zaden uit de kegels van naaldbomen kan halen. De kruisbek leeft dan ook met name in naaldbossen. In de vlucht is de kruisbek te herkennen aan de golvende vlucht. De roep is een typerend klip, klip, dat vaak in snelle series te horen is.

Het voedselaanbod is bepalend voor de periode waarin de kruisbek broedt. Hoewel de meeste vogels in de eerste maanden van het jaar beginnen met broeden kunnen vrijwel het hele jaar door jongen grootgebracht worden, iets dat uitzonderlijk is voor een Nederlandse vogel.

 

Kenmerken:

 - De punten van de snavel kruisen elkaar.

 - Het mannetje is rood-bruin van kleur.

 - De vleugels en de staart van het mannetje zijn donker gekleurd.

 - Het verenkleed van het vrouwtje is olijfkleurig.

 

Het voedsel bestaat voornamelijk uit zaden van naaldbomen. Vooral van sparrensoorten, maar in de zuidelijke delen van het verspreidingsgebied ook dennen. Deze zaden kunnen ze hangend aan de kegels eruit verwijderen, hoewel ze soms ook een hele kegel afbijten en meenemen naar een zitplaats (meestal op een gevorkte tak) om daar de zaden te verwijderen. Ze kunnen daarbij soms vliegen met een kegel, die net zo zwaar is als ze zelf zijn. De zaden van dennen zitten in de grotere en hardschubbige kegels, waardoor de vogels die zich voornamelijk hiermee voeden een iets zwaardere snavel hebben. Bij voedselgebrek zullen de vogels, die vooral sparrenzaden eten overschakelen op dennenzaden.

 

Een legsel omvat meestal 3 à 4 grijsblauwachtige eieren, ze worden door het vrouwtje in 14 tot 15 dagen uitgebroed, waarna de jongen door beide ouders verzorgd worden. Gedurende de eerste 7 tot 10 dagen worden de jongen door het vrouwtje warm gehouden, na 20-25 dagen verlaten ze het nest, waarna ze nog 3 tot 6 weken door de ouders gevoed worden.

De vogel broedt meestal twee keer per jaar.