Jan-Van-gent

De jan-van-gent (Morus bassanus) is een zeevogel met een groot verspreidingsgebied in de Noordzee en de Atlantische Oceaan. 

De naam van deze vogel heeft niets met de naam van de persoon Jan van Gent te maken. Het woord gent is verklaarbaar omdat daarin zowel het Engelse gander en het Nederlandse gent herkenbaar is.

Een gestroomlijnde vogel met lange, smalle vleugels.

De volwassene zijn door formaat, kleur en tekening, een lange spitse kop en snavel, een spitse staart en karakteristieke bewegingen te herkennen.

 

Het verenkleed van de volwassen vogel wordt pas in het vierde tot zesde jaar verkregen. De okergele kop is buiten het broedseizoen bleker. Volwassen dieren zijn circa 89-102 centimeter groot en 2,5 tot 3 kilogram zwaar, en kunnen als ze hun vleugel volledig uitstrekken 170-180 cm breed zijn. Het lichaam is wit, de staart puntig en ze hebben zwarte vleugelpunten. De kop is gelig met een blauwe oogring.

Ze duiken op spectaculaire wijze naar vis en kunnen dat met een snelheid van

100 km/uur als ze zich laten vallen. 

De dieren gaan een vaste paarbinding aan, die ook na het broedseizoen standhoudt. 

Ze keren jaren achtereen naar hetzelfde nest terug. Beide partners broeden voor het eerst op de leeftijd van 5 of 6 jaar op één enkel blauwwit ei.

Na ongeveer 3 maanden verlaten de nog geheel bruine jongen het nest. Ze hebben op dat moment een gewicht van 4 kilogram en zijn dus zwaarder dan een volwassen vogel. Het volwassen verenkleed krijgen ze pas in de loop van de volgende 5 jaren.

De volwassen vogels kunnen bijzonder agressief reageren bij de verdediging van hun nest, waarbij vervaarlijk met de krachtige snavel wordt gehakt en gebeten.